maandag 10 maart 2014

de familie meerkoet

In de sloot voor de school zie je vaak de familie meerkoet .

Ze zijn in onze schoolsloot een nestje aan het bouwen .

De meerkoet (Fulica atra) behoort tot de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).

De vogel is 38 centimeter groot en 300 tot 1200 gram zwaar, geheel zwart met een witte snavel en voorhoofdsschild.

De meerkoet duikt veel, met name bij het zoeken naar waterplanten. Hij vliegt niet graag, hij verplaatst zich liever rennend over het water. Ook bij het opstijgen uit het water wordt eerst een stuk rennend afgelegd. Bij migratie, die meestal 's nachts plaatsvindt, kan hij echter grote afstanden afleggen.
De meerkoet is een omnivoor, die zich hoofdzakelijk voedt met waterplanten, weekdiertjes en waterinsecten.
We hoeven ze dus geen stukjes brood te voeren .

In het Noorden van Nederland wordt de meerkoet ook wel waterkip genoemd. Een meerkoet wordt gemiddeld tien jaar oud


donderdag 6 maart 2014

tuinklussen maart

  • De crocussen staan er al geweldig bij .De narcissen komen al  uit  .Het wordt lente in onze schooltuin.

  • Misschien en goed plan om de tuin eens goed te bekijken en op te schrijven wat je allemaal ziet .Welke bomen gaan al uitlopen ?
  • Als je dat iedere maand doet zie je de verschillen .Kijk ook eens hoe de tulpen groeien .


  • Meten is weten .Hoe warm is het nu eigenlijk ? En 's morgens vroeg?.
  • Ook de vogels zijn op zoek naar een nieuw huis .Er moeten dus weer nieuwe vogelhuisjes worden gemaakt .Wie heeft er zin in
  • Het bijenhotel is helaas kapot .Ook daar moet weer een nieuwe voor komen .
  • Het onkruid langs de school groeit al weer aardig .Tussen de clematis en klimop groeit ook weer onkruid dus kan groep 7-8 weer aan de slag.
  • Twee bomen uit de herdenkingstuin gaat de gemeente verplaatsen .Zo krijgen we daar een beetje lucht en kunnen we daar weer een moestuin maken.

  • We gaan de plantenbakken schilderen .Wie komt helpen of welke groep heeft er zin in .
  • De hekjes langs de borders zijn weer aan onderhoud toe .Wie gaat er zagen, timmeren ?
  • Op het plein liggen nog resten serpentines en confetti .Wie gaat vegen ?
  • Er zitten nog dode bloemen in de vlinderstruik .Wie komt knippen ?
  • En gewoonlekker in de tuin bezig zijn in het zonnetje is natuurlijk ook heerlijk .

maandag 24 februari 2014

van dril tot kikker

Van dril tot kikker in de huiskamer

Wist je dat kikkers in ons land beschermd zijn? Dat betekent dat je ze niet mag vangen, meenemen en thuis in een bak stoppen.
Het meenemen van kikkereitjes - het kikkerdril dus - is niet verboden. Dit mag wel worden meegenomen naar huis en in een pot worden gestopt. Dat wordt speciaal voor de jeugd gedaan omdat ze hier zoveel van kunnen leren. Zo kunnen ze mooi zien dat uit het eitje eerst een kikkervisje (dikkopje) wordt geboren, dat door kieuwen ademt. Wat later verschijnen achter- en voorpootjes en nog weer later verandert de dikkop in een echte kikker die nu door longen ademt. Een gedaanteverwisseling wordt dat genoemd en een moeilijk woord hiervoor is metamorfose.

 

Kikkerdril waar je vanaf moet blijven

Toch mag niet het dril worden meegenomen van alle soorten kikkers die hier leven. Het dril van de Boomkikker mag bijvoorbeeld niet meegenomen worden. De Boomkikker is een mooie felgroen gekleurde kikker die in het oosten en zuiden van ons land op struiken en in bomen leeft. Er zijn echter nog maar zo weinig Boomkikkers dat zelfs hun eitjes beschermd zijn. Dat geldt trouwens ook voor de Heikikker. Ook de Heikikker heeft het erg moeilijk in ons land en dus zijn ook deze eitjes beschermd. Heikikkers leven meer in ruigtegebieden zoals bijvoorbeeld heidevelden. Ze zetten hun dril af in iets zuur water (o.a. heidevennen). Door in dit soort gebieden dus geen dril te gaan zoeken is het vrijwel uitgesloten dat er per ongeluk eitjes van de Heikikker worden weggenomen.
 

Kikkerdril dat je mee naar huis mag nemen

Het dril dat thuis wel mag worden gehouden is het dril van de Bruine Kikker en de Groene Kikker. De Bruine Kikker legt al heel vroeg zijn eitjes in het dan nog erg koude water. Halverwege maart soms al. De Groene Kikker legt zijn eitjes meestal begin mei.
 

Hoe moet je het aanpakken?

Neem vooral niet te veel dril mee naar huis. Je hebt altijd meer eitjes dan je denkt. Het water dat je voor het uitbroeden gebruikt mag gewoon leidingwater zijn. Doe het dril thuis in een aquariumbakje of in een grote weckfles en zet dit alles op een lichte plaats, bijvoorbeeld op de vensterbank. Plaats het echter nooit in de zon. Het water wordt dan te warm en je dikkopjes gaan dood.
 
Afhankelijk van de temperatuur komen de eitjes na verloop van tijd uit. Natuurlijk is er zuurstof in het water nodig. Hiervoor kun je waterplanten als Hoornblad, Cabomba of Waterpest, te koop in een dierenwinkel of tuincentrum, in de bak of pot doen. Bij gebrek aan voldoende zuurstof komen anders straks de dikkopjes constant aan de oppervlakte drijven om uit de bovenste laag met hun kieuwen de nodige zuurstof te halen. Ze krijgen daarbij teveel lucht binnen en kunnen niet meer zwemmen en duiken vanwege een luchtbel in hun buik. Zorg wel dat het water schoon blijft.
Haal dode dikkopjes meteen uit het water, anders is het water in een mum van tijd bedorven en gaan de andere dikkopjes ook dood. Dode dikkopjes liggen op de bodem, zijn iets krom en grijzer van kleur. Controleer dit goed omdat ook gezonde larven zich vaak bewegingloos op de bodem ophouden. Zuig dode larven voorzichtig op met een dun slangetje of een rietje. Natuurlijk moet je zorgen dat je daarbij geen water in je mond krijgt.
 

Water verversen

Het water zal vaak ververst moeten worden. Het verversen wordt een stuk gemakkelijker gemaakt door de pot met het vieze water en de dikkopjes door een fijne zeef of een afgeknipt 'voetje' van een panty te gieten. Hang de zeef of panty met de overgebleven dikkopjes in een pot of kom met water (dezelfde temperatuur) en zorg dat de dikkopjes onder water blijven. Spoel de vuile bak of pot schoon en vul het opnieuw met leidingwater, waarna de dikkopjes weer worden overgebracht. Zorg steeds dat het nieuwe water dezelfde temperatuur heeft als het oude. Dikkopjes houden namelijk niet van grote verschillen in de watertemperatuur. Ook hierdoor kunnen ze dood gaan.
 

Wat eten ze?

De dikkopjes eten plantaardig voedsel, zoals algen die ze met hun hoorntandjes in de vrije natuur van planten en stenen raspen. Je hoeft niet zelf op zoek te gaan naar deze algen, want je kunt ze heel goed sla voeren. Was de sla eerst goed en probeer daarna de sla in je vuist zo fijn mogelijk te knijpen (kneuzen). Doe het daarna in een kom en giet er kokend water op. Hierdoor wordt de sla zacht en kan vrijwel direct door de dikkopjes gegeten worden.
De sla mag je afwisselen met visvoer uit een busje, de bekende gekleurde vlokjes. Ook kun je een stukje tomaat proberen. Als de dikkopjes groter worden mag je zo nu en dan een stukje soepvlees in het water laten zakken. Laat het echter niet zo lang liggen dat het begint te rotten. Ook dit kan de dood van de dikkopjes tot gevolg hebben. Het stukje vlees dus hooguit enkele uren laten liggen.
 

En dan.... goed opletten

Als je de dikkopjes goed verzorgt zie je na een poosje dat de achterpootjes te voorschijn komen. De voorpootjes groeien nu ook, alleen zie je die niet. Het is net alsof het dikkopje de handen in de zakken draagt. De voorpootjes zitten namelijk onder de huid verborgen. Als de voorpootjes na een poos tevoorschijn komen, dan moet je goed opletten. Als de voorpootjes namelijk zichtbaar worden, gebeurt er bij het dikkopje ook nog iets anders. De kieuwen verdwijnen en het dier ademt plotseling door longen, net als wij. En net als wij onder water niet kunnen ademen, kan het dikkopje dat nu ook niet meer. Je moet er nu voor zorgen dat de dikkopjes uit het water kunnen kruipen, anders zullen ze verdrinken. Als je bijvoorbeeld een stukje kurkschors in het water legt dan kunnen ze daar opkruipen. Een plankje of iets dergelijks kan ook natuurlijk. Verstandiger is het om zo'n stukje schors of plankje al aan te brengen als de achterpootjes zichtbaar worden. Dan ben je in ieder geval niet te laat.
Behalve het krijgen van longen, gebeurt er in enkele dagen nog veel meer. De staart zie je met de dag korter worden. Ook krijgt het dikkopje oogleden en traanklieren. De kleine mond verandert in een brede bek; de hoorntandjes verdwijnen en een echte kikkerkaak ontstaat. De tong wordt meer dan twee keer zolang, terwijl de vrij lange opgerolde darm nu veel korter wordt omdat het dier nu een echte vleeseter wordt en vanaf nu van insecten en andere ongewervelde dieren leeft. Verder vinden er nog tal van veranderingen in de huid plaats.
Overigens is het nu ook tijd om de diertjes de vrijheid te geven. Je bent nu immers in het bezit van kikkers en die zijn beschermd en het is verboden die in huis te hebben.


Vind je - na het lezen van dit stuk - dat alles erg ingewikkeld is en denk je dat je daarvoor toch geen tijd hebt? Begin er dan niet aan en laat het kikkerdril vooral waar het eigenlijk hoort: in de sloot!

dinsdag 21 januari 2014

vogels voeren







Help de vogels de winter door 







Met een closetrol met vet en zaadjes of een plasticfles met zaadjes en een plek om even uit te rusten kom je al een heel eind.


en nog veel meer leuke ideetjes.

donderdag 16 januari 2014

Allereerst een paar tips voor als je vogelvoer strooit of ophangt zodat de vogels straks ongestoord van jouw zelfgemaakte lekkernijen kunnen genieten.

Hang of leg de snack op een plek waar geen katten of honden kunnen komen. Het liefst in de buurt van een boom of een struik, kies een rustige plek, het liefst in de zon en zorg ervoor dat de snack stevig vast zit of hangt.

Mezen hangen graag aan een vetbol, vinken en merels scharrelen liever op de grond. Je kunt dus voer op de grond gooien en op de voedertafel, maar hang ook vetbollen op. Begin pas met voederen als het echt nodig is, dus als het vriest of als er sneeuw ligt. Als je vogelvoer gaat strooien, doe dat dan op vaste tijden. Strooi niet te veel in een keer en haal voederresten weg voordat ze gaan rotten. Bouw het voederen af zodra het gaat dooien.

Wat wel en wat niet?
Wel bruinbrood, bessen, appels, gewelde krenten, pelpinda’s. Zout voedsel is erg slecht voor vogels. Een beetje drinkwater is prima, doe er als het vriest een heel klein beetje suiker in. Zorg er wel voor dat de vogels er niet in kunnen baden (ze bevriezen dan zelf). Geef nooit melk, dat is erg ongezond.

Maak je eigen vetbol, je hebt nodig:
•Frituurvet en zaden, zoals maanzaad, pompoenpitten of zonnebloemzaden). De verhouding is ongeveer 50 procent frituurvet en 50 procent zaden.

• Smelt het frituurvet in een pan. Let op, het hoeft niet heet te zijn.
• Voeg al roerend het zadenmengsel toe.
• Verdeel het mengsel over bijvoorbeeld theeglazen of een blikje.
• Leg daarin een katoenen draad die uitsteekt (hier hang je de bol straks aan op).
• Laat de bollen hard worden en hang het op in de tuin.

Pindaslinger rijgen, je hebt nodig:
•doppinda's, een grote stopnaald en een dun koordje, touwtje of restje breikatoen

Zo doe je dat: Maak het koordje vast aan de naald. Rijg de doppinda's aan elkaar. Hiervoor prik je je naald door elke pinda.De pindaslinger kun je zo lang maken als je wilt. Hang het op een zichtbaar plekje in de tuin. Dan kun je naar de smullende vogels kijken.

Voederplankje, je hebt nodig:
•een plankje van ongeveer 15 bij 30 cm (of andere vorm)
•takjes en touw of ijzerdraad.
Maak 8 gaatjes in de plank. Langs iedere zijde 2. Knip takjes op de lengte van de zijden. Maak met touw of ijzerdraad de takjes vast aan de plank. De plank heeft nu randen. Bind touwtjes in iedere hoek vast en knoop ze in het midden samen, ongeveer 40 cm boven de plank.

Op het plankje kun je voer serveren, zoals stukjes appel, vogelzaad, stukjes brood. Nu eens kijken hoe snel ze jouw plankje hebben ontdekt!

Vogelvoederhuisje, je hebt nodig:
•Een melkpak, plakband, stift, liniaal en een schaar

Zo doe je dat
•Maak een leeg melkpak goed schoon onder de kraan.
•Plak de opening van het melkpak dicht met plakband.
•Teken met de stift en de liniaal een vierkant aan alle zijkanten van het pak.
•Prik met de schaar een gaat in het vierkant en knip vervolgens de vierkanten uit.
•Maak met je schaar bovenin het pak een klein gaatje waaraan je het huisje op kunt hangen.
•Vul het voederhuisje met voer en hang deze op in de tuin of op het balkon.

Tip: Versier het huisje aan de buitenkant! Eet smakelijk vogels!

Met dank aan www.Natuurmomumenten.nl